Skip to content

Bijbelverzen over The Jews: Abraham

7 verzen · 158 aspecten

Verzen over Abraham

  1. De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.

  2. En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!

  3. En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.

  4. En de HEERE zeide tot Abram, nadat Lot van hem gescheiden was: Hef uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt noordwaarts en zuidwaarts, en oostwaarts en westwaarts.

  5. Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.

  6. En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld worden.

  7. Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en in zijn breedte, want Ik zal het u geven.