Skip to content

Bijbelverzen over Snow

8 verzen · 4 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. Voorts Benaja, de zoon van Jojada, de zoon van een dapperen man, groot van daden, van Kabzeel; die sloeg twee sterke leeuwen van Moab; ook ging hij af, en sloeg een leeuw in het midden van een kuil in den sneeuwtijd.

  2. Die verdonkerd zijn van het ijs, en in dewelke de sneeuw zich verbergt.

  3. Indien ik mij wasse met sneeuwwater, en mijn handen zuivere met zeep;

  4. Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregens des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.

  5. Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.

  6. Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

  7. Zal men ook om een rotssteen des velds verlaten de sneeuw van Libanon? Zullen ook de vreemde, koude, vlietende wateren verlaten worden?

  8. Zain. Haar bijzondersten waren reiner dan de sneeuw, zij waren witter dan melk; zij waren roder van lichaam dan robijnen, gladder dan een saffier.