Naar de inhoud

Bijbelverzen over Alliance and Society with the Enemies of God

229 verzen · 51 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.

  2. Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.

  3. O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij!

  4. Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  5. Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;

  6. Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;

  7. Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.

  8. Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.

  9. Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  10. Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;

  11. Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;

  12. Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

  13. Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;

  14. Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden;

  15. Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;

  16. Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

  17. Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;

  18. Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

  19. Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

  20. Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  21. Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

  22. Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  23. Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  24. Die zijn land bouwt, zal van brood verzadigd worden; maar die ijdele mensen volgt, is verstandeloos.

  25. Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.