Naar de inhoud

circa 1446–1406 BC

The Wilderness Years

Forty years of wandering in the desert test Israel's faith and prepare a new generation to enter the promised land.

2,247 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Numeri 14:22ca. 1490 v.Chr.

    Want al de mannen, die gezien hebben Mijn heerlijkheid, en Mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en Mij nu tienmaal verzocht hebben, en Mijner stem niet zijn gehoorzaam geweest;

  2. Numeri 14:23ca. 1490 v.Chr.

    Zo zij het land, hetwelk Ik aan hun vaderen gezworen heb, zien zullen. Ja, geen van die Mij getergd hebben, zullen dat zien!

  3. Numeri 14:24ca. 1490 v.Chr.

    Doch Mijn knecht Kaleb, omdat een andere geest met hem geweest is, en hij volhard heeft Mij na te volgen, zo zal Ik hem brengen tot het land, in hetwelk hij gekomen was, en zijn zaad zal het erfelijk bezitten.

  4. Numeri 14:25ca. 1490 v.Chr.

    De Amalekieten nu en de Kanaanieten wonen in het dal; wendt u morgen, en maakt uw reize naar de woestijn, op den weg naar de Schelfzee.

  5. Numeri 14:26ca. 1490 v.Chr.

    Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

  6. Numeri 14:27ca. 1490 v.Chr.

    Hoe lang zal Ik bij deze boze vergadering zijn, die tegen Mij zijn murmurerende? Ik heb gehoord de murmureringen van de kinderen Israels, waarmede zij tegen Mij zijn murmurerende.

  7. Numeri 14:28ca. 1490 v.Chr.

    Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, indien Ik ulieden zo niet doe, gelijk als gij in Mijn oren gesproken hebt!

  8. Numeri 14:29ca. 1490 v.Chr.

    Uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen; en al uw getelden, naar uw gehele getal, van twintig jaren oud en daarboven, gij, die tegen Mij gemurmureerd hebt.

  9. Numeri 14:30ca. 1490 v.Chr.

    Zo gij in dat land komt, over hetwelk Ik Mijn hand opgeheven heb, dat Ik u daarin zou doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun.

  10. Numeri 14:31ca. 1490 v.Chr.

    En uw kinderkens, waarvan gij zeidet: Zij zullen ten roof worden! die zal Ik daarin brengen, en die zullen bekennen dat land, hetwelk gij smadelijk verworpen hebt.

  11. Numeri 14:32ca. 1490 v.Chr.

    Maar u aangaande, uw dode lichamen zullen in deze woestijn vallen!

  12. Numeri 14:33ca. 1490 v.Chr.

    En uw kinderen zullen gaan weiden in deze woestijn, veertig jaren, en zullen uw hoererijen dragen, totdat uw dode lichamen verteerd zijn in deze woestijn.

  13. Numeri 14:34ca. 1490 v.Chr.

    Naar het getal der dagen, in welke gij dat land verspied hebt, veertig dagen, elken dag voor elk jaar, zult gij uw ongerechtigheden dragen, veertig jaren, en gij zult gewaar worden Mijn afbreking.

  14. Numeri 14:35ca. 1490 v.Chr.

    Ik, de HEERE, heb gesproken: zo Ik dit aan deze ganse boze vergadering dergenen, die zich tegen Mij verzameld hebben, niet doe, zij zullen in deze woestijn te niet worden, en zullen daar sterven!

  15. Numeri 14:36ca. 1490 v.Chr.

    En die mannen, die Mozes gezonden had, om het land te verspieden, en wedergekomen zijnde, de ganse vergadering tegen hem hadden doen murmureren, een kwaad gerucht over dat land voortbrengende;

  16. Numeri 14:37ca. 1490 v.Chr.

    Diezelfde mannen, die een kwaad gerucht van dat land voortgebracht hadden, stierven door een plaag, voor het aangezicht des HEEREN.

  17. Numeri 14:38ca. 1490 v.Chr.

    Maar Jozua, de zoon van Nun, en Kaleb, de zoon van Jefunne, bleven levende van de mannen, die heengegaan waren, om het land te verspieden.

  18. Numeri 14:39ca. 1490 v.Chr.

    En Mozes sprak deze woorden tot al de kinderen Israels. Toen treurde het volk zeer.

  19. Numeri 14:40ca. 1490 v.Chr.

    En zij stonden des morgens vroeg op, en klommen op de hoogte des bergs, zeggende: Ziet, hier zijn wij, en wij zullen optrekken tot de plaats, die de HEERE gezegd heeft; want wij hebben gezondigd!

  20. Numeri 14:41ca. 1490 v.Chr.

    Maar Mozes zeide: Waarom overtreedt gij alzo het bevel des HEEREN? Want dat zal geen voorspoed hebben.

  21. Numeri 14:42ca. 1490 v.Chr.

    Trekt niet op, want de HEERE zal in het midden van u niet zijn; opdat gij niet geslagen wordt, voor het aangezicht uwer vijanden.

  22. Numeri 14:43ca. 1490 v.Chr.

    Want de Amalekieten, en de Kanaanieten zijn daar voor uw aangezicht, en gij zult door het zwaard vallen; want, omdat gij u afgekeerd hebt van den HEERE, zo zal de HEERE met u niet zijn.

  23. Numeri 14:44ca. 1490 v.Chr.

    Nochtans poogden zij vermetel, om op de hoogte des bergs te klimmen; maar de ark des verbonds des HEEREN en Mozes scheidden niet uit het midden des legers.

  24. Numeri 14:45ca. 1490 v.Chr.

    Toen kwamen af de Amalekieten en de Kanaanieten, die in dat gebergte woonden, en sloegen hen, en versmeten hen, tot Horma toe.

  25. Numeri 15:1ca. 1490 v.Chr.

    Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: