circa 6 BC – AD 30
The Life of Jesus
The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.
Verzen uit dit tijdvak
- Markus 5:6ca. 31 n.Chr.
Als hij nu Jezus van verre zag, liep hij toe, en aanbad Hem.
- Markus 5:7ca. 31 n.Chr.
En met een grote stem roepende, zeide hij: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt!
- Markus 5:8ca. 31 n.Chr.
(Want Hij zeide tot hem: Gij onreine geest, ga uit van den mens!)
- Markus 5:9ca. 31 n.Chr.
En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.
- Markus 5:10ca. 31 n.Chr.
En hij bad Hem zeer, dat Hij hen buiten het land niet wegzond.
- Markus 5:11ca. 31 n.Chr.
En aldaar aan de bergen was een grote kudde zwijnen, weidende.
- Markus 5:12ca. 31 n.Chr.
En al de duivelen baden Hem, zeggende: Zend ons in die zwijnen, opdat wij in dezelve mogen varen.
- Markus 5:13ca. 31 n.Chr.
En Jezus liet het hun terstond toe. En de onreine geesten, uitgevaren zijnde, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in de zee (daar waren er nu omtrent twee duizend), en versmoorden in de zee.
- Markus 5:14ca. 31 n.Chr.
En die de zwijnen weidden zijn gevlucht, en boodschapten zulks in de stad en op het land. En zij gingen uit, om te zien, wat het was, dat er geschied was.
- Markus 5:15ca. 31 n.Chr.
En zij kwamen tot Jezus, en zagen den bezetene zittende, en gekleed, en wel bij zijn verstand, namelijk die het legioen gehad had, en zij werden bevreesd.
- Markus 5:16ca. 31 n.Chr.
En die het gezien hadden, vertelden hun, wat den bezetene geschied was, en ook van de zwijnen.
- Markus 5:17ca. 31 n.Chr.
En zij begonnen Hem te bidden, dat Hij van hun landpalen wegging.
- Markus 5:18ca. 31 n.Chr.
En als Hij in het schip ging, bad Hem degene, die bezeten was geweest, dat hij met Hem mocht zijn.
- Markus 5:19ca. 31 n.Chr.
Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.
- Markus 5:20ca. 31 n.Chr.
En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.
- Markus 5:21ca. 31 n.Chr.
En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee.
- Markus 5:22ca. 31 n.Chr.
En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,
- Markus 5:23ca. 31 n.Chr.
En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.
- Markus 5:24ca. 31 n.Chr.
En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.
- Markus 5:25ca. 31 n.Chr.
En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,
- Markus 5:26ca. 31 n.Chr.
En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;
- Markus 5:27ca. 31 n.Chr.
Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan.
- Markus 5:28ca. 31 n.Chr.
Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.
- Markus 5:29ca. 31 n.Chr.
En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.
- Markus 5:30ca. 31 n.Chr.
En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?