Naar de inhoud

Reuel

6 verzen · 10 familieleden

Verzen die Reuel noemen

  1. Ada nu baarde aan Ezau Elifaz, en Basmath baarde Rehuel.

  2. Dit zijn de namen der zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van Ada, Ezau's huisvrouw; Rehuel, de zoon van Basmath, Ezau's huisvrouw.

  3. En dit zijn de zonen van Rehuel: Nahath, en Zerah, Samma en Mizza; dat zijn geweest de zonen van Basmath, Ezau's huisvrouw.

  4. En dit zijn de zonen van Rehuel, den zoon van Ezau: de vorst Nahath, de vorst Zera, de vorst Samma, de vorst Mizza; dat zijn de vorsten van Rehuel in het land Edom; dat zijn de zonen van Basmath, de huisvrouw van Ezau.

  5. En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

  6. De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.