Skip to content

Bijbelverzen over Reuel

8 verzen · 3 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. Ada nu baarde aan Ezau Elifaz, en Basmath baarde Rehuel.

  2. Dit zijn de namen der zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van Ada, Ezau's huisvrouw; Rehuel, de zoon van Basmath, Ezau's huisvrouw.

  3. En dit zijn de zonen van Rehuel: Nahath, en Zerah, Samma en Mizza; dat zijn geweest de zonen van Basmath, Ezau's huisvrouw.

  4. En dit zijn de zonen van Rehuel, den zoon van Ezau: de vorst Nahath, de vorst Zera, de vorst Samma, de vorst Mizza; dat zijn de vorsten van Rehuel in het land Edom; dat zijn de zonen van Basmath, de huisvrouw van Ezau.

  5. Daartoe de stam van Gad; en Eljasaf, de zoon van Rehuel, zal de overste der zonen van Gad zijn.

  6. En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

  7. De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

  8. En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;