Skip to content

Eliphaz

8 verzen · 14 familieleden

Verzen die Eliphaz noemen

  1. Ada nu baarde aan Ezau Elifaz, en Basmath baarde Rehuel.

  2. Dit zijn de namen der zonen van Ezau: Elifaz, de zoon van Ada, Ezau's huisvrouw; Rehuel, de zoon van Basmath, Ezau's huisvrouw.

  3. En de zonen van Elifaz waren: Teman, Omar, Zefo, en Gaetam, en Kenaz.

  4. En Timna was een bijwijf van Elifaz, den zoon van Ezau, en zij baarde aan Elifaz Amalek; dit zijn de zonen van Ada, Ezau's huisvrouw.

  5. Dit zijn de vorsten der zonen van Ezau: de zonen van Elifaz, den eerstgeborene van Ezau, waren: de vorst Teman, de vorst Omar, de vorst Zefo, de vorst Kenaz.

  6. De vorst Korah, de vorst Gaetam, de vorst Amalek; dat zijn de vorsten van Elifaz in het land Edom; dat zijn de zonen van Ada.

  7. En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

  8. De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.