Skip to content

Bijbelverzen over Nahath

7 verzen · 3 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. En dit zijn de zonen van Rehuel: Nahath, en Zerah, Samma en Mizza; dat zijn geweest de zonen van Basmath, Ezau's huisvrouw.

  2. En dit zijn de zonen van Rehuel, den zoon van Ezau: de vorst Nahath, de vorst Zera, de vorst Samma, de vorst Mizza; dat zijn de vorsten van Rehuel in het land Edom; dat zijn de zonen van Basmath, de huisvrouw van Ezau.

  3. Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.

  4. De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.

  5. Elkana; dezes zoon was Elkana; zijn zoon was Zofai; en zijn zoon was Nahath;

  6. Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

  7. Maar Jehiel, en Azazja, en Nahath, en Asahel, en Jerimoth, en Jozabad, en Eliel, en Jismachja, en Mahath, en Benaja, waren opzieners, onder de hand van Chonanja en Simei, zijn broeder; door het bevel van den koning Jehizkia en van Azaria, den overste van het huis Gods.