God
Verzen die God noemen
Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.
Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.
Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.
O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.
Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.
Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.
O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.
Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.
Ziet, de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen.
De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand.
De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.
De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.