- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen66
Listen to this chapter
0:00
0:00
Oproep tot algemene aanbidding om Gods werken
1
Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!
2
Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.
3
Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.
4
De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.
5
Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.
6
Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de rivier; daar hebben wij ons in Hem verblijd.
7
Hij heerst eeuwiglijk met Zijn macht; Zijn ogen houden wacht over de heidenen; laat de afvalligen niet verhoogd worden. Sela.
God beproeft en verlost Zijn volk
8
Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.
9
Die onze zielen in het leven stelt, en niet toelaat, dat onze voet wankele.
10
Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert;
11
Gij hadt ons in het net gebracht; Gij hadt een engen band om onze lenden gelegd;
12
Gij hadt den mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen; maar Gij hebt ons uitgevoerd in een overvloeiende verversing.
Het vervullen van dankoffers
13
Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen,
14
Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.
15
Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela.
Persoonlijk getuigenis van verhoord gebed
16
Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.
17
Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.
18
Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.
19
Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.
20
Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note