- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen116
Listen to this chapter
0:00
0:00
Een betuiging van liefde voor de HEERE
1
Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;
2
Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.
Herinnering aan benauwdheid en wanhopig gebed
3
De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.
4
Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE! bevrijd mijn ziel.
Gods barmhartigheid en gerechtigheid verkondigd
5
De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.
6
De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost.
7
Mijn ziel! keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan.
8
Want Gij, HEERE! hebt mijn ziel gered van de dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot.
9
Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen der levenden.
Het geloof beproefd in de verdrukking
10
Ik heb geloofd, daarom sprak ik; ik ben zeer bedrukt geweest.
11
Ik zeide in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars.
Toewijding aan geloften en openbare eredienst
12
Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?
13
Ik zal den beker der verlossingen opnemen, en den Naam des HEEREN aanroepen.
14
Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
15
Kostelijk is in de ogen des HEEREN de dood Zijner gunstgenoten.
16
Och, HEERE! zekerlijk ik ben Uw knecht, ik ben Uw knecht, een zoon Uwer dienstmaagd; Gij hebt mijn banden losgemaakt.
17
Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.
18
Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
19
In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note