- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Spreuken18
Listen to this chapter
0:00
0:00
Het zoeken van wijsheid en gerechtigheid
1
Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.
2
De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.
3
Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.
4
De woorden van den mond eens mans zijn diepe wateren; en de springader der wijsheid is een uitstortende beek.
5
Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.
Het gevaar van de woorden en luiheid van de dwaas
6
De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.
7
De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.
8
De woorden des oorblazers zijn als dergenen, die geslagen zijn, en die dalen in het binnenste des buiks.
9
Ook die zich slap aanstelt in zijn werk, die is een broeder van een doorbrenger.
Ware en valse zekerheid
10
De Naam des HEEREN is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden.
11
Des rijken goed is de stad zijner sterkte, en als een verheven muur in zijn inbeelding.
12
Voor de verbreking zal des mensen hart zich verheffen; en de nederigheid gaat voor de eer.
Wijsheid in het oordeel en innerlijke kracht
13
Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.
14
De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?
15
Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.
16
De gift des mensen maakt hem ruimte, en zij geleidt hem voor het aangezicht der groten.
17
Die de eerste is in zijn twistzaak, schijnt rechtvaardig te zijn; maar zijn naaste komt, en hij onderzoekt hem.
18
Het lot doet de geschillen ophouden, en maakt scheiding tussen machtigen.
Betrekkingen en de macht van de tong
19
Een broeder is wederspanniger dan een sterke stad; en de geschillen zijn als een grendel van een paleis.
20
Van de vrucht van ieders mond zal zijn buik verzadigd worden; hij zal verzadigd worden van de inkomst zijner lippen.
21
Dood en leven zijn in het geweld der tong; en een ieder, die ze liefheeft, zal haar vrucht eten.
Huwelijk en vriendschap
22
Die een vrouw gevonden heeft, heeft een goede zaak gevonden, en hij heeft welgevallen getrokken van den HEERE.
23
De arme spreekt smekingen; maar de rijke antwoordt harde dingen.
24
Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note