Psalmen 83:3-6
3
Want zie, Uw vijanden maken getier, en Uw haters steken het hoofd op.
4
Zij maken listiglijk een heimelijken aanslag tegen Uw volk, en beraadslagen zich tegen Uw verborgenen.
5
Zij hebben gezegd: Komt, en laat ons hen uitroeien, dat zij geen volk meer zijn; dat aan den naam Israels niet meer gedacht worde.
6
Want zij hebben in het hart te zamen geraadslaagd; tegen U hebben zij een verbond gemaakt;
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein