Het vonnis van de sterfelijke mens
6
Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;
7
Nochtans zult gij sterven als een mens; en als een van de vorsten zult gij vallen.
8
Sta op, o God! oordeel het aardrijk, want Gij bezit alle natien.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein