Naar de inhoud
Psalmen 73:17-26

Psalmen 73:17-26

17
Totdat ik in Gods heiligdommen inging, en op hun einde merkte.
18
Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen.
19
Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!
20
Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.
21
Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,
22
Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.
23
Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;
24
Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.
25
Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
26
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Reading Width 45 chars

Options