Psalmen 73:21-26
21
Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,
22
Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.
23
Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;
24
Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.
25
Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
26
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Settings