Skip to content
Psalmen 39:8-12

Hoop op God te midden van kastijding

Psalmen 39:8-12
8
En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U.
9
Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen.
10
Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.
11
Neem Uw plage van op mij weg, ik ben bezweken van de bestrijding Uwer hand.
12
Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein