Ezra 10:25-43
25
En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja.
26
En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia.
27
En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza.
28
En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.
29
En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
30
En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
31
En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
32
Benjamin, Malluch, Semarja.
33
Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
34
Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel,
35
Benaja, Bedeja, Cheluhu,
36
Vanja, Meremoth, Eljasib,
37
Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
38
En Bani, en Binnui, Simei,
39
En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40
Machnadbai, Sasai, Sarai,
41
Azareel, Selemja, Semarja,
42
Sallum, Amarja, Jozef.
43
Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
Settings