Skip to content

Bijbelverzen over Soldiers: Mock Jesus

13 verzen · 13 aspecten

Verzen over Mock Jesus

  1. Toen namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis, en vergaderden over Hem de ganse bende.

  2. En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;

  3. En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn rechter hand; en vallende op hun knieen voor Hem, bespotten zij Hem, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!

  4. En op Hem gespogen hebbende, namen zij de rietstok en sloegen op Zijn hoofd.

  5. En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan, en leidden Hem heen om te kruisigen.

  6. En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen;

  7. En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem die op;

  8. En begonnen Hem te groeten, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!

  9. En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieen, aanbaden Hem.

  10. En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.

  11. En Herodes met zijn krijgslieden Hem veracht en bespot hebbende, deed Hem een blinkend kleed aan, en zond Hem weder tot Pilatus.

  12. En ook de krijgsknechten, tot Hem komende, bespotten Hem, en brachten Hem edik;

  13. En zeiden: Indien gij de Koning der Joden zijt, zo verlos Uzelven.