Naar de inhoud

Bijbelverzen over Simon: 8. A sorcerer, converted by Philip; rebuked by Peter

12 verzen · 7 aspecten

Verzen over 8. A sorcerer, converted by Philip; rebuked by Peter

  1. En een zeker man, met name Simon, was te voren in de stad plegende toverij, en verrukkende de zinnen des volks van Samaria, zeggende van zichzelven, dat hij wat groots was.

  2. Welken zij allen aanhingen, van den kleine tot den grote, zeggende: Deze is de grote kracht Gods.

  3. En zij hingen hem aan, omdat hij een langen tijd met toverijen hun zinnen verrukt had.

  4. Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk Gods, en van den Naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, beiden, mannen en vrouwen.

  5. En Simon geloofde ook zelf, en gedoopt zijnde, bleef gedurig bij Filippus; en ziende de tekenen en grote krachten, die er geschiedden, ontzette hij zich.

  6. En als Simon zag, dat, door de oplegging van de handen der apostelen de Heilige Geest gegeven werd, zo bood hij hun geld aan,

  7. Zeggende: Geeft ook mij deze macht, opdat, zo wien ik de handen opleg, hij den Heiligen Geest ontvange.

  8. Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt!

  9. Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God.

  10. Bekeer u dan van deze uw boosheid, en bid God, of misschien u deze overlegging uws harten vergeven wierd.

  11. Want ik zie, dat gij zijt in een gans bittere gal en samenknoping der ongerechtigheid.

  12. Doch Simon, antwoordende, zeide: Bidt gijlieden voor mij tot den Heere, opdat niets over mij kome van hetgeen gij gezegd hebt.