Skip to content

Bijbelverzen over Praise: His mercy

32 verzen · 106 aspecten

Verzen over His mercy

Filter op boek
  1. Hij nu beraadslaagde zich met het volk, en hij stelde den HEERE zangers, die de heilige Majesteit prijzen zouden, voor de toegerusten uitgaande en zeggende: Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid!

  2. Een onderwijzing van Ethan, den Ezrahiet.

  3. Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  4. Dat Israel nu zegge, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  5. Het huis van Aaron zegge nu, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  6. Dat degenen, die den HEERE vrezen, nu zeggen, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  7. Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;

  8. Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  9. Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  10. Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  11. Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  12. Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  13. Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  14. De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  15. De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  16. Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  17. En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  18. Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  19. Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  20. En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  21. Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  22. Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  23. Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  24. En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  25. Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.