Skip to content

Bijbelverzen over Meekness: General references

92 verzen · 29 aspecten

Verzen over General references

Filter op boek
  1. Van U zal mijn lof zijn in een grote gemeente; ik zal mijn geloften betalen in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.

  2. Jod. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren.

  3. Nun. Bewaar uw tong van het kwaad, en uw lippen van bedrog te spreken.

  4. De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.

  5. Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van den tijd Uws toorns af?

  6. Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,

  7. De HEERE houdt de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij, tot de aarde toe.

  8. Want de HEERE heeft een welgevallen aan Zijn volk; Hij zal de zachtmoedigen versieren met heil.

  9. De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

  10. Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

  11. Een grimmig man zal gekijf verwekken; maar de lankmoedige zal den twist stillen.

  12. De lankmoedige is beter dan de sterke; en die heerst over zijn geest, dan die een stad inneemt.

  13. Een droge bete, en rust daarbij, is beter, dan een huis vol van geslachte beesten met twist.

  14. Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.

  15. Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.

  16. Een overste wordt door lankmoedigheid overreed; en een zachte tong breekt het gebeente.

  17. Spotdrijvende lieden blazen een stad aan brand; maar de wijzen keren den toorn af.

  18. Het einde van een ding is beter dan zijn begin; de lankmoedige is beter dan de hoogmoedige.

  19. Als de geest des heersers tegen u oprijst, verlaat uw plaats niet; want het is medicijn, het stilt grote zonden.

  20. Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met den adem Zijner lippen zal Hij den goddeloze doden.

  21. En de zachtmoedigen zullen vreugde op vreugde hebben in den HEERE; en de behoeftigen onder de mensen zullen zich in de Heilige Israels verheugen.

  22. Jod. Hij zitte eenzaam, en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft.

  23. Jod. Hij steke zijn mond in het stof, zeggende: Misschien is er verwachting.

  24. Jod. Hij geve zijn wang dien, die hem slaat, hij worde zat van smaad.

  25. Zullen twee te zamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn?