Skip to content

Bijbelverzen over Fool

36 verzen · 1 aspect

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  2. Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek.

  3. Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben.

  4. Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.

  5. En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

  6. Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

  7. Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  8. De gestolen wateren zijn zoet, en het verborgen brood is liefelijk.

  9. In de lippen des verstandigen wordt wijsheid gevonden; maar op den rug des verstandelozen de roede.

  10. De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.

  11. Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.

  12. De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

  13. Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.

  14. Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.

  15. De dwaasheid is den verstandeloze blijdschap; maar een man van verstand zal recht wandelen.

  16. In het aangezicht des verstandigen is wijsheid; maar de ogen des zots zijn in het einde der aarde.

  17. Een zotte zoon is een verdriet voor zijn vader, en bittere droefheid voor degene, die hem gebaard heeft.

  18. De lippen des zots komen in twist, en zijn mond roept naar slagen.

  19. De mond des zots is hemzelven een verstoring, en zijn lippen een strik zijner ziel.

  20. Een zweep is voor het paard, een toom voor den ezel, en een roede voor den rug der zotten.

  21. Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.

  22. Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

  23. Hij snijdt zich de voeten af, en drinkt geweld, die boodschappen zendt door de hand van een zot.

  24. Hef de benen van den kreupele op; alzo is een spreuk in den mond der zotten.

  25. Gelijk hij, die een edel gesteente in een slinger bindt, alzo is hij, die den zot eer geeft.