Skip to content

Bijbelverzen over Compared To Saints

69 verzen · 46 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn;

  2. Alzo moeten omkomen al Uw vijanden, o HEERE! die Hem daarentegen liefhebben, moeten zijn, als wanneer de zon opgaat in haar kracht. En het land was stil, veertig jaren.

  3. Doch Hij kent den weg, die bij mij is; Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen.

  4. Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken.

  5. Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  6. En de rechtvaardigen zullen het zien, en vrezen; en zij zullen over hem lachen, zeggende:

  7. De koningen der heirscharen vloden weg, zij vloden weg; en zij, die te huis bleef, deelde den roof uit.

  8. En Hij voerde Zijn volk als schapen, en leidde hen, als een kudde, in de woestijn.

  9. En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan.

  10. Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.

  11. Een lied Hammaaloth. Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid.

  12. Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.

  13. Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.

  14. De goddelozen vlieden, waar geen vervolger is; maar elk rechtvaardige is moedig, als een jonge leeuw.

  15. Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.

  16. Uw scheuten zijn een paradijs van granaatappelen, met edele vruchten, cyprus met nardus;

  17. Ik ben tot den notenhof afgegaan om de groene vruchten der vallei te zien; om te zien, of de wijnstok bloeide, de granaatbomen uitbotten.

  18. Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammeren in Zijn armen vergaderen, en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.

  19. Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.

  20. En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken.

  21. En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.

  22. Wie zijn deze, die daar komen gevlogen als een wolk, en als duiven tot haar vensters?

  23. Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

  24. In den enen korf waren zeer goede vijgen, als de eerste rijpe vijgen zijn; maar in den anderen korf waren zeer boze vijgen, die vanwege de boosheid niet konden gegeten worden.

  25. En de HEERE zeide tot mij: Wat ziet gij, Jeremia? En ik zeide: Vijgen; de goede vijgen zijn zeer goed, en de boze zeer boos, die vanwege de boosheid niet kunnen gegeten worden.