Skip to content

Bijbelverzen over Christian Graces

27 verzen · 1 aspect

Belangrijke bijbelverzen

Filter op boek
  1. Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

  2. Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.

  3. Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.

  4. Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

  5. Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

  6. Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.

  7. Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

  8. Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

  9. Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.

  10. En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt;

  11. En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop;

  12. En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.

  13. Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

  14. En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.

  15. En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.

  16. De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;

  17. Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;

  18. Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;

  19. Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.

  20. De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

  21. Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.

  22. Tegen de zodanigen is de wet niet.

  23. En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis,

  24. En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid,

  25. En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.