Naar de inhoud

circa 6 BC – AD 30

The Life of Jesus

The eternal Son of God enters history: born in Bethlehem, baptized in the Jordan, crucified at Golgotha, raised on the third day.

3,779 verzen · 4 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Lukas 6:49ca. 31 n.Chr.

    Maar die ze gehoord, en niet gedaan zal hebben, is gelijk een mens, die een huis bouwde op de aarde zonder fondament; tegen hetwelk de waterstroom aansloeg, en het viel terstond, en de val van datzelve huis was groot.

  2. Lukas 7:1ca. 31 n.Chr.

    Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.

  3. Lukas 7:2ca. 31 n.Chr.

    En een dienstknecht van een zeker hoofdman over honderd, die hem zeer waard was, krank zijnde, lag op zijn sterven.

  4. Lukas 7:3ca. 31 n.Chr.

    En van Jezus gehoord hebbende, zond hij tot Hem de ouderlingen der Joden, Hem biddende, dat Hij wilde komen, en zijn dienstknecht gezond maken.

  5. Lukas 7:4ca. 31 n.Chr.

    Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstelijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet;

  6. Lukas 7:5ca. 31 n.Chr.

    Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons de synagoge gebouwd.

  7. Lukas 7:6ca. 31 n.Chr.

    En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen.

  8. Lukas 7:7ca. 31 n.Chr.

    Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

  9. Lukas 7:8ca. 31 n.Chr.

    Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.

  10. Lukas 7:9ca. 31 n.Chr.

    En Jezus, dit horende, verwonderde Zich over hem; en Zich omkerende, zeide tot de schare, die Hem volgde: Ik zeg ulieden: Ik heb zo groot een geloof zelfs in Israel niet gevonden.

  11. Lukas 7:10ca. 31 n.Chr.

    En die gezonden waren, wedergekeerd zijnde in het huis, vonden den kranken dienstknecht gezond.

  12. Lukas 7:11ca. 31 n.Chr.

    En het geschiedde op den volgenden dag, dat Hij ging naar een stad, genaamd Nain, en met Hem gingen velen van Zijn discipelen, en een grote schare.

  13. Lukas 7:12ca. 31 n.Chr.

    En als Hij de poort der stad genaakte, zie daar, een dode werd uitgedragen, die een eniggeboren zoon zijner moeder was, en zij was weduwe en een grote schare van de stad was met haar.

  14. Lukas 7:13ca. 31 n.Chr.

    En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet.

  15. Lukas 7:14ca. 31 n.Chr.

    En Hij ging toe, en raakte de baar aan; (de dragers nu stonden stil) en Hij zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op!

  16. Lukas 7:15ca. 31 n.Chr.

    En de dode zat overeind, en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.

  17. Lukas 7:16ca. 31 n.Chr.

    En vreze beving hen allen, en zij verheerlijkten God, zeggende: Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht.

  18. Lukas 7:17ca. 31 n.Chr.

    En dit gerucht van Hem ging uit in geheel Judea, en in al het omliggende land.

  19. Lukas 7:18ca. 31 n.Chr.

    En de discipelen van Johannes boodschapten hem van al deze dingen.

  20. Lukas 7:19ca. 31 n.Chr.

    En Johannes, zekere twee van zijn discipelen tot zich geroepen hebbende, zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?

  21. Lukas 7:20ca. 31 n.Chr.

    En als de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U afgezonden, zeggende: Zijt Gij, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?

  22. Lukas 7:21ca. 31 n.Chr.

    En in dezelfde ure genas Hij er velen van ziekten en kwalen, en boze geesten; en velen blinden gaf Hij het gezicht.

  23. Lukas 7:22ca. 31 n.Chr.

    En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Gaat heen, en boodschapt Johannes weder de dingen, die gij gezien en gehoord hebt, namelijk dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, den armen het Evangelie verkondigd wordt.

  24. Lukas 7:23ca. 31 n.Chr.

    En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.

  25. Lukas 7:24ca. 31 n.Chr.

    Als nu de boden van Johannes weggegaan waren, begon Hij tot de scharen van Johannes te zeggen: Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?