Naar de inhoud

circa 1446 BC

Sinai & The Law

God meets Israel at Mount Sinai, reveals the Ten Commandments, and establishes the Tabernacle and the priestly covenant.

1,657 verzen · 2 boeken behandeld

Verzen uit dit tijdvak

Filter op boek
  1. Leviticus 26:24ca. 1491 v.Chr.

    Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.

  2. Leviticus 26:25ca. 1491 v.Chr.

    Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.

  3. Leviticus 26:26ca. 1491 v.Chr.

    Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.

  4. Leviticus 26:27ca. 1491 v.Chr.

    Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;

  5. Leviticus 26:28ca. 1491 v.Chr.

    Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.

  6. Leviticus 26:29ca. 1491 v.Chr.

    Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.

  7. Leviticus 26:30ca. 1491 v.Chr.

    En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.

  8. Leviticus 26:31ca. 1491 v.Chr.

    En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.

  9. Leviticus 26:32ca. 1491 v.Chr.

    Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.

  10. Leviticus 26:33ca. 1491 v.Chr.

    Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.

  11. Leviticus 26:34ca. 1491 v.Chr.

    Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.

  12. Leviticus 26:35ca. 1491 v.Chr.

    Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.

  13. Leviticus 26:36ca. 1491 v.Chr.

    En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.

  14. Leviticus 26:37ca. 1491 v.Chr.

    En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.

  15. Leviticus 26:38ca. 1491 v.Chr.

    Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.

  16. Leviticus 26:39ca. 1491 v.Chr.

    En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.

  17. Leviticus 26:40ca. 1491 v.Chr.

    Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.

  18. Leviticus 26:41ca. 1491 v.Chr.

    Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;

  19. Leviticus 26:42ca. 1491 v.Chr.

    Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;

  20. Leviticus 26:43ca. 1491 v.Chr.

    Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.

  21. Leviticus 26:44ca. 1491 v.Chr.

    En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!

  22. Leviticus 26:45ca. 1491 v.Chr.

    Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!

  23. Leviticus 26:46ca. 1491 v.Chr.

    Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israels, op den berg Sinai, door de hand van Mozes.

  24. Leviticus 27:1ca. 1491 v.Chr.

    Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  25. Leviticus 27:2ca. 1491 v.Chr.

    Spreek tot de kinderen Israels, en zeg tot hen: Wanneer iemand een gelofte zal afgezonderd hebben, naar uw schatting zullen de zielen des HEEREN zijn.