Naar de inhoud

God

11,427 verzen · 2 familieleden

Verzen die God noemen

Filter op boek
  1. Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.

  2. Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

  3. Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

  4. Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;

  5. Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave der genade Gods, die mij gegeven is, naar de werking Zijner kracht.

  6. En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus;

  7. Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods;

  8. Om deze oorzaak buig ik mijn knieen tot den Vader van onzen Heere Jezus Christus,

  9. En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods.

  10. Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.

  11. Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;

  12. Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten;

  13. En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

  14. En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.

  15. Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.

  16. Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen;

  17. En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een welriekenden reuk.

  18. Want dit weet gij, dat geen hoereerder, of onreine, of gierigaard, die een afgodendienaar is, erfenis heeft in het Koninkrijk van Christus en van God.

  19. Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.

  20. Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus;

  21. Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods.

  22. Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte;

  23. Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.

  24. Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.

  25. En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.