- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen135
Listen to this chapter
0:00
0:00
Oproep tot lof in de tempel
1
Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
2
Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!
3
Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
4
Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israel tot Zijn eigendom.
Gods heerschappij over heel de schepping
5
Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.
6
Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeen en alle afgronden.
7
Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.
Gods machtige daden van verlossing
8
Die de eerstgeborenen van Egypte sloeg, van den mens af tot het vee toe.
9
Hij zond tekenen en wonderen in het midden van u, o Egypte! tegen Farao en tegen al zijn knechten.
10
Die veel volken sloeg, en machtige koningen doodde;
11
Sihon, den koning der Amorieten, en Og, den koning van Basan, en al de koninkrijken van Kanaan,
12
En Hij gaf hun land ten erve, ten erve aan Zijn volk Israel.
Gods eeuwige Naam en recht
13
O HEERE! Uw Naam is in eeuwigheid; HEERE! Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht.
14
Want de HEERE zal Zijn volk richten, en het zal Hem berouwen over Zijn knechten.
De dwaasheid en machteloosheid van de afgoden
15
De afgoden der heidenen zijn zilver en goud, een werk van mensenhanden.
16
Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet;
17
Oren hebben zij, maar horen niet; ook is er geen adem in hun mond.
18
Dat die ze maken, hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.
Een laatste oproep om de HEERE te loven
19
Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.
20
Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE.
21
Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note