Psalmen 5:1-8
1
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth.
2
O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.
3
Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden.
4
Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot U schikken, en wacht houden.
5
Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren.
6
De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.
7
Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.
8
Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal mij buigen naar het paleis Uwer heiligheid, in Uw vreze.
Settings