Nehemia 7:39-60
39
De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;
40
De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;
41
De kinderen van Pashur, duizend, tweehonderd zeven en veertig;
42
De kinderen van Harim, duizend en zeventien;
43
De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;
44
De zangers: de kinderen van Asaf, honderd acht en veertig;
45
De poortiers: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, honderd acht en dertig;
46
De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;
47
De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;
48
De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Salmai;
49
De kinderen van Hanan, de kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar;
50
De kinderen van Reaja, de kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda;
51
De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah;
52
De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;
53
De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;
54
De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;
55
De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;
56
De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa;
57
De kinderen der knechten van Salomo; de kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Perida;
58
De kinderen van Jaela, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;
59
De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaim, de kinderen van Amon;
60
Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.
Settings