Nehemia 7:6-38
6
Dit zijn de kinderen van dat landschap, die optogen uit de gevangenis der weggevoerden, die Nebukadnezar, koning van Babel, weggevoerd had, en die wedergekeerd zijn naar Jeruzalem en naar Juda, een iegelijk tot zijn stad;
7
Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.
8
De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;
9
De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;
10
De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;
11
De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;
12
De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;
13
De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;
14
De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;
15
De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;
16
De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;
17
De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;
18
De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;
19
De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;
20
De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;
21
De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;
22
De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;
23
De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;
24
De kinderen van Harif, honderd en twaalf;
25
De kinderen van Gibeon, vijf en negentig;
26
De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;
27
De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig;
28
De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;
29
De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;
30
De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;
31
De mannen van Michmas, honderd twee en twintig;
32
De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;
33
De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;
34
De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;
35
De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;
36
De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig;
37
De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;
38
De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;
Settings