Skip to content
Job 29:7-10

Job 29:7-10

7
Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.
8
De jongens zagen mij, en verstaken zich, en de stokouden rezen op en stonden.
9
De oversten hielden de woorden in, en leiden de hand op hun mond.
10
De stem der vorsten verstak zich, en hun tong kleefde aan hun gehemelte.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options