Job 29:1-6
1
En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:
2
Och, of ik ware, gelijk in de vorige maanden, gelijk in de dagen, toen God mij bewaarde!
3
Toen Hij Zijn lamp deed schijnen over mijn hoofd, en ik bij Zijn licht de duisternis doorwandelde;
4
Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;
5
Toen de Almachtige nog met mij was, en mijn jongens rondom mij;
6
Toen ik mijn gangen wies in boter, en de rots bij mij oliebeken uitgoot;
Settings