Skip to content
Job 24:3-9

Job 24:3-9

3
Den ezel der wezen drijven zij weg; den os ener weduwe nemen zij te pand.
4
Zij doen de nooddruftigen wijken van den weg; te zamen versteken zich de ellendigen des lands.
5
Ziet, zij zijn woudezels in de woestijn; zij gaan uit tot hun werk, makende zich vroeg op ten roof; het vlakke veld is hem tot spijs, en den jongeren.
6
Op het veld maaien zij zijn voeder, en den wijnberg des goddelozen lezen zij af.
7
Den naakten laten zij vernachten zonder kleding, die geen deksel heeft tegen de koude.
8
Van den stroom der bergen worden zij nat, en zonder toevlucht zijnde, omhelzen zij de steenrotsen.
9
Zij rukken het weesje van de borst, en dat over den arme is, nemen zij te pand.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options