- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
De broosheid van menselijke wijsheid
Job 15:7-16
7
Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?
8
Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?
9
Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?
10
Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.
11
Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?
12
Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?
13
Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.
14
Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?
15
Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen.
16
Hoeveel te meer is een man gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water?
Settings