Skip to content
Genesis 30:17-24

Genesis 30:17-24

17
En God verhoorde Lea; en zij werd bevrucht, en baarde Jakob den vijfden zoon.
18
Toen zeide Lea: God heeft mijn loon gegeven, nadat ik mijn dienstmaagd aan mijn man gegeven heb; en zij noemde zijn naam Issaschar.
19
En Lea werd wederom bevrucht, en zij baarde Jakob den zesden zoon.
20
En Lea zeide: God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift; ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard; en zij noemde zijn naam Zebulon.
21
En zij baarde daarna een dochter; en zij noemde haar naam Dina.
22
God dacht ook aan Rachel; en God verhoorde haar, en opende haar baarmoeder.
23
En zij werd bevrucht, en baarde een zoon; en zij zeide: God heeft mijn smaadheid weggenomen!
24
En zij noemde zijn naam Jozef, zeggende: De HEERE voege mij een anderen zoon daartoe.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein