Ezra 10:29-44
29
En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth.
30
En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse.
31
En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon,
32
Benjamin, Malluch, Semarja.
33
Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.
34
Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel,
35
Benaja, Bedeja, Cheluhu,
36
Vanja, Meremoth, Eljasib,
37
Mattanja, Mathnai, en Jaasai,
38
En Bani, en Binnui, Simei,
39
En Selemja, en Nathan, en Adaja,
40
Machnadbai, Sasai, Sarai,
41
Azareel, Selemja, Semarja,
42
Sallum, Amarja, Jozef.
43
Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.
44
Alle dezen hadden vreemde vrouwen genomen; en sommigen van hen hadden vrouwen, waarbij zij kinderen gekregen hadden.
Settings