Naar de inhoud

Bijbelverzen over The Miracles of Christ: The multitude fed

14 verzen · 30 aspecten

Verzen over The multitude fed

  1. En als het nu avond werd, kwamen Zijn discipelen tot Hem, zeggende: Deze plaats is woest, en de tijd is nu voorbijgegaan; laat de scharen van U, opdat zij heengaan in de vlekken en zichzelven spijs kopen.

  2. Maar Jezus zeide tot hen: Het is hun niet van node heen te gaan, geeft gij hun te eten.

  3. Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.

  4. En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.

  5. En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.

  6. En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.

  7. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.

  8. En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken.

  9. En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?

  10. En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.

  11. En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.

  12. En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare.

  13. En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.

  14. En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.