Naar de inhoud

Bijbelverzen over The Fall of Man

13 verzen · 34 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs?

  2. En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten;

  3. Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft.

  4. Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven;

  5. Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.

  6. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

  7. Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen.

  8. Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;

  9. Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;

  10. Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;

  11. Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is.

  12. Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;

  13. Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.