Skip to content

Bijbelverzen over Perfection: Unclassified scriptures relating to

67 verzen · 19 aspecten

Verzen over Unclassified scriptures relating to

Filter op boek
  1. Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!

  2. Neemt dan waar, dat gij doet, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft; en wijkt niet af ter rechterhand, noch ter linkerhand.

  3. Oprecht zult gij zijn met den HEERE, uw God.

  4. Zo weest zeer sterk, om te bewaren en om te doen alles, wat geschreven is in het wetboek van Mozes; opdat gij daarvan niet afwijkt ter rechter hand noch ter linkerhand;

  5. En ulieder hart volkomen zij met den HEERE, onzen God, om te wandelen in Zijn inzettingen, en Zijn geboden te houden, gelijk te dezen dage.

  6. En gij, mijn zoon Salomo, ken den God uws vaders, en dien Hem met een volkomen hart en met een willige ziel; want de HEERE doorzoekt alle harten, en Hij verstaat al het gedichtsel der gedachten; indien gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar indien gij Hem verlaat, Hij zal u tot in eeuwigheid verstoten.

  7. En geef mijn zoon Salomo een volkomen hart, om te houden Uw geboden, Uw getuigenissen en Uw inzettingen; en om alles te doen, en om dit paleis te bouwen, hetwelk ik bereid heb.

  8. Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in een land, dat verre of nabij is;

  9. Zo ik mij rechtvaardig, mijn mond zal mij verdoemen; ben ik oprecht, Hij zal mij toch verkeerd verklaren.

  10. Ben ik oprecht, zo acht ik toch mijn ziel niet; ik versmaad mijn leven.

  11. Want wie is God, behalve de HEERE? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?

  12. De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.

  13. Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.

  14. Ik zal verstandelijk handelen in den oprechten weg; wanneer zult Gij tot mij komen? Ik zal in het midden mijns huizes wandelen, in oprechtigheid mijns harten.

  15. Welgelukzalig zijn zij, die het recht onderhouden, die te aller tijd gerechtigheid doet.

  16. Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan.

  17. Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

  18. Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.

  19. Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

  20. In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.

  21. Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;

  22. Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

  23. Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

  24. Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.

  25. Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.