Skip to content

Bijbelverzen over Michael

12 verzen · 9 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. Van de stam van Aser, Sethur, de zoon van Michael.

  2. Hun broeders nu, naar hun vaderlijke huizen, waren Michael, en Mesullam, en Seba, en Jorai, en Jachan, en Zia, en Heber: zeven.

  3. Dezen zijn de kinderen van Abihail, den zoon van Huri, den zoon van Jaroah, den zoon van Gilead, den zoon van Michael, den zoon van Jesisai, den zoon van Jahdo, den zoon van Buz.

  4. Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

  5. En de kinderen van Uzzi waren Jizrahja; en de kinderen van Jizrahja waren Michael, en Obadja, en Joel, en Jisia; deze vijf waren al te zamen hoofden.

  6. En Michael, en Jispa, en Joha waren kinderen van Beria.

  7. Toen hij naar Ziklag toog, vielen tot hem uit Manasse: Adnah, en Jozabad, en Jediael, en Michael, en Jozabad, en Elihu, en Zillethai; hoofden der duizenden, die in Manasse waren.

  8. Over Juda was Elihu, uit de broederen van David; over Issaschar was Omri, de zoon van Michael;

  9. En hij had broederen, Josafats zonen, Azarja, en Jehiel, en Zecharja, en Azarjahu, en Michael, en Sefatja; deze allen waren zonen van Josafat, den koning van Israel.

  10. En hun vader had hun vele gaven gegeven van zilver, en van goud, en van kostelijkheden, met vaste steden in Juda; maar het koninkrijk gaf hij Joram, omdat hij de eerstgeborene was.

  11. Als Joram tot het koninkrijk zijns vaders opgekomen was, en zich versterkt had, zo doodde hij al zijn broederen met het zwaard, mitsgaders ook enige van de vorsten van Israel.

  12. En van de kinderen van Sefatja, Zebadja, de zoon van Michael; en met hem tachtig manspersonen.