Naar de inhoud

Bijbelverzen over Jewels: Regarded by Jacob as obnoxious to holiness

7 verzen · 7 aspecten

Verzen over Regarded by Jacob as obnoxious to holiness

  1. Toen het volk dit kwade woord hoorde, zo droegen zij leed; en niemand van hen deed zijn versiersel aan zich.

  2. En de HEERE had tot Mozes gezegd: Zeg tot de kinderen Israels: Gij zijt een hardnekkig volk; in een ogenblik zou Ik in het midden van ulieden optrekken, en zou u vernielen; doch nu, legt uw sieraad van u af, en Ik zal weten, wat Ik u doen zal.

  3. De kinderen Israels dan beroofden zichzelven van hun versierselen, verre van den berg Horeb.

  4. Ten zelfden dage zal de HEERE wegnemen het sieraad der kousebanden, en de netjes, en de maantjes.

  5. De reukdoosjes, en de kleine ketentjes, en de glinsterende kledingen,

  6. De hoofdkroning, en de armversierselen, en de bindselen, en de reukballetjes, en de oorringen,

  7. De ringen en de voorhoofdsierselen,