Skip to content

Bijbelverzen over Fishes

15 verzen · 35 aspecten

Belangrijke bijbelverzen

  1. Dit zult gij eten van al wat in de wateren is: al wat in de wateren, in de zeeen en in de rivieren, vinnen en schubben heeft, dat zult gij eten;

  2. Maar al wat in de zeeen en in de rivieren, van alle gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.

  3. Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.

  4. Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.

  5. Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.

  6. En Hij zeide: Brengt Mij dezelve hier.

  7. En Hij beval de scharen neder te zitten op het gras, en nam de vijf broden en de twee vissen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende dezelve; en als Hij ze gebroken had, gaf Hij de broden den discipelen, en de discipelen aan de scharen.

  8. En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.

  9. Die nu gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.

  10. En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen.

  11. En Simon antwoordde en zeide tot Hem: Meester, wij hebben den gehelen nacht over gearbeid, en niet gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen.

  12. En als zij dat gedaan hadden, besloten zij een grote menigte vissen, en hun net scheurde.

  13. En Hij zeide tot hen: Werpt het net aan de rechterzijde van het schip, en gij zult vinden. Zij wierpen het dan, en konden hetzelve niet meer trekken vanwege de menigte der vissen.

  14. De discipel dan, welken Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heere! Simon Petrus dan, horende, dat het de Heere was, omgordde het opperkleed (want hij was naakt), en wierp zichzelven in de zee.

  15. En de andere discipelen kwamen met het scheepje (want zij waren niet verre van het land, maar omtrent tweehonderd ellen), slepende het net met de vissen.