Naar de inhoud

Bijbelverzen over Birds: What species were unclean

16 verzen · 107 aspecten

Verzen over What species were unclean

  1. En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,

  2. En de gier, en de kraai, naar haar aard;

  3. Elke rave naar haar aard;

  4. En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;

  5. En de steenuil, en het duikertje, en de schuifuit,

  6. En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan,

  7. En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.

  8. Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn.

  9. Maar deze zijn het, van dewelke gij niet zult eten: de arend, en de havik, en de zeearend;

  10. En de wouw, en de kraai, en de gier naar haar aard;

  11. En alle rave naar zijn aard;

  12. En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;

  13. En de steenuil, en de schuifuit, en de kauw,

  14. En de roerdomp, en de pelikaan, en het duikertje;

  15. En de ooievaar, en de reiger naar zijn aard; en de hop, en de vledermuis;

  16. Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden.