Bijbelverzen over Birds: Appointed for food
Verzen over Appointed for food
En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven.
Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.
Allen reinen vogel zult gij eten.
Maar deze zijn het, van dewelke gij niet zult eten: de arend, en de havik, en de zeearend;
En de wouw, en de kraai, en de gier naar haar aard;
En alle rave naar zijn aard;
En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;
En de steenuil, en de schuifuit, en de kauw,
En de roerdomp, en de pelikaan, en het duikertje;
En de ooievaar, en de reiger naar zijn aard; en de hop, en de vledermuis;
Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden.
Al het rein gevogelte zult gij eten.