Skip to content

Ezion-geber

7 verses · 2 known names

Ook bekend als: Ezion-gaber

29.7500, 35.0300 Bekijk op Google Maps

Verzen die Ezion-geber noemen

  1. En zij verreisden van Abrona, en legerden zich in Ezeon-Geber.

  2. En zij verreisden van Ezeon-Geber, en legerden zich in de woestijn Zin, dat is Kades.

  3. Als wij nu doorgetrokken waren van onze broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir woonden, van den weg des vlakken velds, van Elath, en van Ezeon-Geber, zo keerden wij ons, en doortogen den weg der woestijn van Moab.

  4. De koning Salomo maakte ook schepen te Ezeon-Geber, dat bij Eloth is, aan den oever der Schelfzee, in het land van Edom.

  5. Toen was er geen koning in Edom, maar een stadhouder des konings.

  6. Toen toog Salomo naar Ezeon-Geber, en naar Eloth, aan den oever der zee, in het land Edom.

  7. En hij vergezelschapte zich met hem, om schepen te maken, om naar Tharsis te gaan; en zij maakten de schepen te Ezeon-Geber.