- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen81
Listen to this chapter
0:00
0:00
Oproep tot vreugdevolle aanbidding
1
Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.
2
Zingt vrolijk Gode, onze Sterkte; juicht den God van Jakob.
3
Heft een psalm op, en geeft de trommel; de liefelijke harp met de luit.
4
Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd, op onzen feestdag.
5
Want dit is een inzetting in Israel, een recht van den God Jakobs.
God gedenkt de verlossing uit Egypte
6
Hij heeft het gezet tot een getuigenis in Jozef, als Hij uitgetogen was tegen Egypteland; alwaar ik gehoord heb een spraak, die ik niet verstond;
7
Ik heb zijn schouder van den last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen.
Het goddelijk bevel: luister en gehoorzaam
8
In de benauwdheid riept gij, en Ik hielp u uit; Ik antwoordde u uit de schuilplaats des donders; Ik beproefde u aan de wateren van Meriba. Sela.
9
Mijn volk, zeide Ik hoor toe, en Ik zal onder u betuigen, Israel, of gij naar Mij hoordet!
10
Er zal onder u geen uitlands god wezen, en gij zult u voor geen vreemden god nederbuigen.
Gevolgen van ongehoorzaamheid en gemiste zegeningen
11
Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen.
12
Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israel heeft Mijner niet gewild.
13
Dies heb Ik het overgegeven in het goeddunken huns harten, dat zij wandelden in hun raadslagen.
14
Och, dat Mijn volk naar Mij gehoord had, dat Israel in Mijn wegen gewandeld had!
15
In kort zou Ik hun vijanden gedempt hebben, en Mijn hand gewend hebben tegen hun wederpartijders.
16
Die den HEERE haten, zouden zich Hem geveinsdelijk onderworpen hebben, maar hunlieder tijd zou eeuwig geweest zijn. [ (Psalms 81:17) En Hij zou het gespijsd hebben met het vette der tarwe; ja, Ik zou u verzadigd hebben met honig uit de rotsstenen. ]
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note