- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Psalmen139
Listen to this chapter
0:00
0:00
Gods alwetendheid
1
Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.
2
Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
3
Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.
4
Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.
5
Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.
6
De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.
Er is geen ontkomen aan Gods aanwezigheid
7
Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?
8
Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.
9
Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;
10
Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.
11
Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.
12
Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.
Vreselijk wonderlijk gemaakt
13
Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.
14
Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.
15
Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.
16
Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.
17
Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!
18
Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.
Gebed tegen de goddelozen en zelfonderzoek
19
O God! dat Gij den goddeloze ombracht! en gij, mannen des bloeds, wijkt van mij!
20
Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen.
21
Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?
22
Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
Doorgrond mij, o God
23
Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.
24
En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.
Use ← → arrow keys to navigate
Settings
Reading Style
Typeface
Font Size px
Reading Width chars
Options
Study Note